Twijfel je of de toelatingsplicht voor jou geldt? Op deze pagina kun je dat stap voor stap nagaan. Je leest wanneer je wordt gezien als uitlener, wanneer een ontheffing mogelijk is en in welke situaties geen toelating nodig is.

Wanneer ben je uitlener? 

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) kijkt naar 3 concrete punten. Je bent uitlener als:

  1. je een werknemer beschikbaar stelt aan een ander bedrijf;
  2. je daarvoor een vergoeding krijgt van dat andere bedrijf;
  3. de werknemer werkt onder leiding en toezicht van dat andere bedrijf.

Voldoet jouw situatie aan deze punten? Dan ben je uitlener en heb je toelating nodig. Twijfel je? Gebruik dan de beslisboom.

Niet alleen voor uitzendbureaus

De toelatingsplicht geldt niet alleen voor uitzendbureaus, maar kan ook van toepassing zijn op andere bedrijven of rechtspersonen die werknemers uitlenen. Het maakt daarbij niet uit of uitlenen je hoofdactiviteit is of iets wat je ernaast doet. 

Detachering en payroll

Bied je detachering of payrolling aan? Dan geldt de toelatingsplicht ook voor jou. Je werknemers staan bij jou op de loonlijst, maar werken bij een ander bedrijf dat hen aanstuurt. De wet ziet dit als uitlenen.

Zzp’ers

Voor zzp’ers geldt de toelatingsplicht alleen als zij in de praktijk werken onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Dat kan wijzen op schijnzelfstandigheid.

Stichtingen

De toelatingsplicht geldt ook voor stichtingen die werknemers uitlenen aan derden, bijvoorbeeld via detachering of payrolling

Ook buitenlandse uitleners moeten toelating aanvragen

Is jouw bedrijf in het buitenland gevestigd en leen je werknemers uit in Nederland? Dan geldt de toelatingsplicht ook voor jou. De regels voor buitenlandse en Nederlandse uitleners zijn zoveel mogelijk gelijk. Soms kan dat niet helemaal, omdat buitenlandse bedrijven niet altijd aan dezelfde verplichtingen kunnen voldoen. In dat geval zijn de regels aangepast, maar wel met hetzelfde doel. Bijvoorbeeld:

  • Je moet net als Nederlandse uitleners een financiële reserve hebben.
  • Een buitenlands bedrijf kan geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aanvragen. Daarom geldt deze verplichting alleen voor Nederlandse bedrijven. Werkt er een Nederlandse bestuurder bij het bedrijf? Dan geldt de VOG-verplichting wel.

Ontheffing aanvragen

In sommige gevallen kun je een ontheffing aanvragen. Dat betekent dat je geen toelating hoeft aan te vragen. De Wtta biedt deze mogelijkheid voor ondernemingen die maar weinig werknemers uitlenen. Voor hen kunnen de financiële en administratieve gevolgen van de toelatingsplicht te zwaar zijn.

Je komt alleen in aanmerking voor ontheffing als:

  • minder dan 10% van je jaaromzet komt uit uitlenen;
  • die omzet lager is dan € 5 miljoen per jaar;
  • je kunt aantonen dat je voorafgaand aan de aanvraag minimaal 12 maanden loon hebt betaald.

Je vraagt de ontheffing zelf aan en voegt een verklaring van een accountant toe over de juistheid van de cijfers. Deze cijfers gaan over het jaar vóór je aanvraag. Elk jaar lever je deze informatie opnieuw aan bij de NAU.

Krijg je een ontheffing? Dan word je opgenomen in het openbare register. Zo kunnen inleners zien dat zij werknemers van jou mogen inlenen.

Let op: uitzendbureaus en payrollbedrijven kunnen geen ontheffing krijgen.

Daarnaast geldt de ontheffing alleen voor de toelatingsplicht. Andere verplichtingen uit de Wtta blijven van kracht, zoals de meld- en administratieplicht, het doorgeven van arbeidsvoorwaarden, de huisvestingseisen en de zorgplicht rond inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP).

Start je net als uitlener?

Ben je een startende uitlener? Dan kun je een voorlopige toelating krijgen. Deze is 6 maanden geldig. In die periode hoef je nog geen inspectierapport te hebben.

Voor de voorlopige toelating moet je wel:

  • een geldige VOG voor rechtspersonen hebben;
  • een waarborgsom betalen;
  • je houden een het normenkader.

Als starter betaal je eerst € 50.000. Bij de aanvraag voor de definitieve toelating, na 6 maanden, vul je dit aan tot € 100.000. De NAU kan de voorlopige toelating één keer verlengen met maximaal 6 maanden.

Wanneer is er géén toelating nodig?

Bij het aannemen of uitbesteden van werk is geen sprake van uitlenen. De werknemers werken wel bij de opdrachtgever, maar blijven onder leiding en toezicht van hun eigen werkgever. De opdrachtgever bepaalt wat er moet gebeuren, maar niet hoe het werk wordt uitgevoerd. 

Ook bij uitlenen binnen hetzelfde bedrijf of tussen collega-bedrijven geldt geen toelatingsplicht. Dat mag, zolang er geen winst wordt gemaakt.

Uitzonderingen op de toelatingsplicht

In de volgende situaties is geen toelating nodig:

  • Wanneer arbeidsbeperkten via sociale ontwikkelbedrijven worden aangeboden om te werken onder aangepaste omstandigheden.
  • Wanneer een stichting een BBL-traject aangaat met een student en de student ter beschikking stelt aan een bedrijf waar de beroepspraktijkvorming plaatsvindt.
  • Wanneer particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus voor dit werk beschikken over een vergunning van de minister van Veiligheid en Justitie.

Let op: blijkt in de praktijk dat de opdrachtgever toch leidinggeeft en toezicht houdt? Dan kan de Nederlandse Arbeidsinspectie dit alsnog zien als uitlenen. Zowel jij als de inlener kunnen dan een boete krijgen.